Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gaf tic booze man het een feilen zweepslag; en het arme dier vluchtte verschrikt de wei in, pijnlijk schuddende met zijn kop.

Terwijl de beide mannen in de stad waren, viel

er een zware regen; en de lage weg liep vol water, en zag er uit als een sloot.

Eerst kwam de vriendelijke goedhartige man terug. O wee, hoe kwam hij nu over den weg? 't Water stond tot hoog tegen 't dijkje. Eén van de twee: öf hij moest tot aan de knieën door het water

Sluiten