Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

liet hij het gaan, en 't paard draafde vroolijk door t water heen, weer naar zijn hooge droge wei terug.

Op dit oogenblik kwam juist de booze, ruwe man uit de stad terug. I lij zag wat het paard gedaan

had en dacht: «Dat kan hij voor mij óók wel doen!

»Kom hier, knol, kom hier zeg ik je,« riep hij ruw.

Maar 't beest herkende den man, die hem met een zweepslag had beloond voor zijn vriendschappelijk gehinnik, en het bedankte er voor, bij hem te komen. Het galoppeerde uit alle macht naar 't andere eind

Sluiten