Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

9. Romp links en rechts zij waar ts zwaaien (I 0, 20, 30 maal).

In de positie. Linkerhand omhoog, snel naar rechts buigen, dan snel rechterhand omhoog en naar links buigen, enz. De voeten mogen daarbij niet bewogen worden, doch moeten, de hielen gesloten, volkomen rustig blijven staan.

N. B. Wien oefening 8 en 9 te moeilijk is, mag wijdbeens gaan staan (rechter en linkervoet zoover mogelijk van elkaar) en wel zoodanig, dat beide voeten en het stuk grond tusschen de voeten een gelijkbeenige driehoek vormen. Oppassen dat men niet uitglijdt!

10. Cirkelvormige rompbeweging (8, 16,30maal).

Evenals eerst met het hoofd wordt nu met den geheelen romp een cirkelvormige beweging gemaakt van rechts naar links of omgekeerd en wel steeds zoover als doenlijk is zijwaarts, voorwaarts en achterwaarts een zoo groot mogelijken cirkel beschrijvende. Daarbij moet de neus steeds recht vooruit blijven staan en aan geenerlei draaiing deelnemen.

11. Het oprichten van den romp (5, 10, 15 maal).

Voor dit doel gaat men niet in bed liggen, doch het liefst plat op den grond. Dan sluit men de hielen aaneen, legt de handen vlak tegen de dijen en tracht, zonder de handen te gebruiken en zonder de voeten te bewegen, overeind te gaan zitten. Dit zal den beginner eenige moeite kosten. Enkelen is het aanvankelijk zelfs totaal onmogelijk in een zittende positie te komen, wanneer zij niet met de punten van den voet tegen het eene of andere voorwerp, bijv. tegen den onderkant van een kast, kunnen steunen. Eenige oefening zal wel spoedig helpen.

Sluiten