Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in de vorige. De elbogen mogen daarbij niet de minste beweging uitvoeren.

14. Arm opheffenzijwaarts (10, 20, 30 maal).

In de positie. De armen worden in rechte zijwaartsche richting zonder eenige buiging boven het hoofd uitgestrekt, alsof men de handen boven het hoofd wilde vouwen. Men lette er op, dat de bovenarmspieren de ooren eventjes aanraken.

15. Armstoot (10, 20, 30 maal).

Bestaat uit een krachtig buigen en strekken der armen in het elbooggewricht. Men gaat in de positie staan, balt vuisten en houdt deze op de borst. De stoot zelf wordt uitgevoerd met gesloten vuist en gespannen armspieren. Om het hoofd niet te schokken, moet men er op letten, dat strekken en buigen met dezelfde kracht geschiedt.

De armstoot heeft plaats naar 5 verschillende richtingen : 1. naar voren, 2. naar boven, 3. naar links en rechts, 4. naar beneden en 5. naar achteren.

16. Samenslaan der armen (10, 20, 30 maal).

Men strekt de armen zoo ver mogelijk uit alsof men een boomstam wilde omvatten. Dan slaat men de handen samen, zonder de elbogen te buigen, alsof men wilde applaudisseeren. Doch alleen de beweging moet uitgevoerd worden. Of de handen werkelijk op elkaar komen of elkander in het geheel niet raken, doet niets ter zake.

17. Uitspreiden der armen (10, 15, 20 maal).

Geheel dezelfde beweging, doch tegenovergesteld. Men legt de handen op elkaar, houdt de elbogen gestrekt

Sluiten