Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Le Nötre was te weinig tuinman, hoewel hij zich spottenderwijs wel eens zoo noemde, en te veel bouwkunstenaar, hoewel hij 't niet erkennen wilde, om een Kent, Brown of Repton te kunnen zijn. Hij was te veel kind van zijn tijd.

Eerst toen de hooge gedachten der landschapstuinkunst toegepast werden op kleine tuinen en men deze evenzeer verminkte en overlaadde als de Le Nötre tuinen van voorafgaande jaren, meende men dat zulke overeenkwamen met het geknutsel van sommige Chineesche en Japansche tuinen, die men nooit gezien en nog minder bestudeerd had. Men ging af op vertellingen.

Terwijl de Chineesche en Japansche tuinkunst het uiterlijk vertoon maakt van een vrije kunst te zijn, is zij zeer onderworpen aan bepaalde voorschriften, afgeleid van godsdienstige begrippen en gebruiken.

De versiering van den tuin, 't zij groot of klein, is onderworpen aan dezelfde wetten, en wij vinden er dezelfde motieven, dezelfde onderdeelen Natuurlijk zijn deze in de grootere tuinen grooter in aantal, doch niet grooter van uitvoering.

Dat vele dezer motieven aan het natuurschoon landschap ontleend zijn, staat vast, en de hooge kunstsmaak der Japanners weet ze met tact toe te passen; doch ze zijn niet vrij van herhaling, niet vrij van zekere gemaniëreerdheid.

Wat wij ons als Anglo-Chineesche tuinen opgedrongen zien, is een bewijs van onmacht.

Door gebrek aan scheppingsvermogen, moesten alle middelen te baat genomen worden, om daarin tegemoet te komen, en verviel men in het euvel, van de Le Nötre tijden, het park of den tuin te overladen met allerlei bijzaken. Waar de gelden voor werkelijke bouw- of andere kunstwerken ontbraken, ontzag men zich niet ze op een plank te schilderen.

Men ging met het zoeken naar idealistische toestanden, naar 't schilderachtige, hoe langer hoe verder. Men bouwde in de parken tempels, boerenwoningen, visschershutten, gedenkteekenen enz. enz. De tuin moest woest en wild,

Sluiten