Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Sedert betrekkelijk kort, weten we dat de milt een rol speelt bij de bloedbereiding.

Onbekend is de werking van verschillende hersendeel en.

Onbekend de functie van de thymusklier. En zoo zouden we nog kunnen doorgaan.

Dankbaar erkennen we dat allengs ons veel bekend is geworden, dank zij de studies van talrijke geleerden; bovenal dank zij de goedgunstigheid van onzen God, die hun nu en dan een blik gunde in zijn heerlijk scheppingswerk.

Toch moeten we met een van hen, den grooten physioloog Claude Bernard uitroepen: ,,Nous sommes entourés do phénomènes, que nous ne voyons pas", we zijn omringd van verschijnselen, die we niet zien.

Tot de organen waarvan men tot voor korten tijd niets wist, behoort de schildklier. Zij bestaat uit twee zijdelingsche door een smaller middenstuk verbonden lapjes, die tegen het bovenste deel der luchtpijp gelegen zijn. liet middenstuk bedekt de bovenste kraakbeenringen van de luchtpijp. De inwendige bouw komt overeen met den bouw van die organen, die het een of ander vocht afscheiden en den naam van klieren dragen; maar wat haar onderscheidt is het absoluut ontbreken van een uitlozingsbuis, waarlangs het afgescheiden vocht weggevoerd wordt.

Wat doet dat vocht van de schildklier, en waarheen vindt het zijn weg? Ziedaar vragen, waarop te vergeefs een antwoord gezocht werd; totdat de ontdekking van het voorkomen van een bepaalde ziekte in deze materie meer licht verspreidde; en over deze ziekte wenscli ik een oogenblik met u te handelen.

Voor nu dertig jaar geladen vertoonde de Engelsche geneeskundige William Giell en eenige jaren later ook zijn collega Ard aan een der geleerde genootschappen enkele patiënten, wier afwijkingen van de huid en zenuwstelsel hun voorkwamen een ziekte op zich zelf te zijn.

Het golden allen volwassen vrouwen. In een dor gevallen was Ard in staat een onderzoek na den dood te verrichten, waarbij hij kon vaststellen

1°. een sterken achteruitgang van de schildklier en

2°. een doortrekking van de huid en het onderhuidsche celweefsel met een slijmige stof.

Door de slijmige stof kreeg de huid een bleek wasachtig aanzien en werd zij dik op 't aanvoelen. Op het eerste gezicht leek zij op de huid van waterzuchtigen: maar het

Sluiten