Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alles zoo hartelijk, zoo echt natuurlijk, alsof zij nog op de schoolbanken hun dagelijksche makkers de hand drukten. Bekende figuren onder hen, - hetzij die in knapheid, of misschien ook wel in grove domheid, of om andere eigenaardige pikante verdiensten van allerlei aard, vroeger hadden uitgeblonken, werden met gejuich ontvangen. De mond stond niet stil. Het gepraat en gebabbel over alles en nog veel meer, deed den ongewonen toehoorder vermoeden, dat de doofstommen te veel spreken geleerd hadden. Het „spreken is zilver en zwijgen is goud" werd hier onder de doofstommen bepaald gelogenstraft.

Er waren er, uit denzelfden leertijd, die elkaar in geen tientallen van jaren hadden gezien. Ilerkennings-scènes in menigte, vooral van de gelijkbej aarden, wat telkenstotuitbundig-vroolijke ontboezemingen aanleiding gaf. Het was aandoenlijk te zien, hoe de ouderen van dagen zich kinderlijk verheugden bij de ontmoeting van een klasgenoot, die een heel ander mensch geleek, en hoe dan de veranderde levensomstandigheden van weerszijden de nieuwsgierigheid prikkelden en verklaringen uitlokten; hoe gelukkige lotgevallen gretig en hartelijk werden besproken en in smartelijke niet een stillen handdruk werd gedeeld ; hoe de met aardsche middelen gezegenden zich tot hun minder bedeelde lotgenooten aan-

Sluiten