Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een stukje Geschiedenis.

In dit hoofstuk hebben wij slechts vrij dorre, hoewel wetenswaardige feiten na te gaan, weshalve ik naar vermogen beknopt maar zakelijk zal zijn.

In de zeventiende eeuw zochten Altasor en zijn benden van Kozakken, Russische en Tartaarsche pelsjagers, naar nieuwe velden voor hun bedrijf en werden zoo in Kamschatka de ontdekkers van het kostelijke zee-otterbont, waarvan ik in het eerste hoofdstuk even melding maakte.

Daar hadden zij spoedig de natuurdragers van dit bont welhaast uitgeroeid. Daarna, in 1741—42, brachten de overlevenden van Behring's tweede reis en Tsjerikoween geweidig aantal huiden thuis van Behring-eiland. Vervolgens ontdekte Novodiskow Attoe en omliggende eilanden. Hem volgden Paikow en Glottow als ontdekkers van andere pooleilander.. Het schiereiland Alaska werd in 1768 het eerst bezocht en wel door Krenitsin.

Al deze ontdekkingen zijn het gevolg van het steeds verder zoeken naar de bontdrager.de dieren, in hoofdzaak zee-otters, die door deze jagers in de eene streek na de andere nagenoeg werden uitgemoord.

Gedurende deze tochten werd de zeebeer herhaaldelijk in open zee ontmoet. Waar deze dieren landden en de zomermaanden doorbrachten, bleef echter een geheim voor allen! *)

*) Ofschoon reeds sedert meer dan een eeuw vele walvischjagers zich het bestaan dezer dieren bewust waren, en vele schepen van verschillende nationaliteit in de Stille Zuidzee deze dieren bij duizenden buit maakten was omtrent hun habitat en levenswijze nog

Sluiten