Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vleesch verwijderd is, worden de huiden in een warme alkali-oplossing gewasschen en daarna opgespannen om te drogen in een vertrek, waar zij zijn blootgesteld aan eene warme luchtstrooming. Daarna worden zij weder in het water gedompeld en op deze wijze geraakt het ruige bovenhaar los, zonder dat het daaronder gelegen wolhaar (het eigenlijke bont) beschadigd wordt. De vellen worden dan aan de bontzijde verwarmd en het bovenhaar zeer gemakkelijk met een bot mes verwijderd.

Volgens velen is het procédé van ontharing en de ontdekking, dat door deze ontharing van verschillende huiden een heerlijk zacht bont verkregen wordt, aan een toeval te danken: Eenige vellen zouden n.1. in eene te warme vochtige plaats opgestapeld zijn geweest, en door het dus ontstane zweten bleek bij het wegnemen van de vellen ter verscheping, dat het bovenhaar geheel was losgeraakt en vertoonde zich het zachte onderhaar. Zeker is het, dat de eerste robbenslagers ook van den bontseal de huiden met het bovenhaar als pels hebben gedragen. Wat de toepassing op seal betreft, twijfel ik er echter aan, of deze „toevallige ontdekking" niet tot de legenden behoort, want dezelfde geschiedenis werd mij eveneens door een Noord-Amerikaanschen roodhuid verteld van bevervellen, die lang vóór sealskin onthaard werden.

Het nu zichtbaar geworden bonthaar heeft een vuilgrijs tot beige verloopende teint. De kleur van verschillende vellen wisselt echter zeer sterk af: Ik herinner mij de moeite, die er steeds was om twee precies bij elkander passende vellen te sorteeren, toen naturel-sealvesten door dames en heeren, vooral in Engeland, gedragen werden.

Zij zijn dus nu voor de ververij bestemd, maar worden nog eens ter verzachting van het leder gewreven, waarna

Sluiten