Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als in Duitschland, Polen, Rusland en Zweden te laten arbeiden*). !n de beste fokgebieden van Duitscliland is het niets ongewoons de stieren tot hun 12de jaar voor de fokkerij te houden. Maar dan moeten zij buiten den dektijd ook behoorlijk arbeiden, vooral mestrijden. Dat kunnen de stieren in Nederland evengoed, als men het ze maar leert. Weinig jaren geleden verkocht eeu fokker in Friesland een ouden stier naar Polen. Hij was al zóó slecht ter been, dat hij maar met moeite van het eene Friesche dorp naar het andere kon loopen. In Polen werd de stier voor dit gebrek onder handen genomen met dit gevolg, dat hij 2 jaren later nog met succes zijn diensten verrichtte, en, om te verhoeden, dat het gebrek zich zou herhalen, moest hij alle dagen een uur heen en terug loopen voor een kar van het landgoed naar het naaste postkantoor, om brieven enz. af te halen. Dezelfde stier, die voor twee jaar reeds zoo slecht ter been was, dat hij bijna niet meer gaan kon, en dus spoedig naar de slachtbank zou moeten worden verwezen, was door flinken arbeid weer vlug geworden, zoodat hij nog jaren voor de fokkerij en voor den arbeid kon dienen. Een ander groot voordeel van den arbeid is, dat de stieren mak en handelbaar blijven.

Het is maar een kwestie van gewoonte. In Hannover is men voor een jaar of 6 er voor het eerst mede begonnen Oostfriesche stieren te laten werken, om ze langer voor de fokkerij te kunnen behouden. En met uitmuntend resultaat. De stieren blijven bruikbaar, terwijl zij anders binnen een paar jaar reeds zoo moeilijk ter been zijn, dat zij ternauwernood nog naar de slachtbank kunnen wandelen.

Als onze fok- en stierenvereenigingen daar eens mede begonnen, zou het in ons land ook wel meer ingang vinden.

De veulentnerrie moet vooral in de laatste helft der drachtigheid krachtig gevoed worden; veel omvangrijk voedsel is dan allerminst gewenscht, wijl de spijsverteringsorganen, door de ontwikkeling van het veulen, alsdan een

*) Dit geschiedde in Gelderland, met name in de Graafschap voor 15 jaren alreeds. Daar loopen de stieren wel voor de wip- of stortkar en somstijds naast het paard voor den ploeg. Is de stier voor een kar gespannen, bijv. om groenvoeder te halen, dan dient somtijds een kleine jongen tot geleider. Wel een bewijs, dat de op die wijze gebruikte stieren zeer mak zijn.

Sluiten