Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ontsmetting geen bezwaar op. Laat de kalveren niet drinken uit de in den koestal met mest bevuilde emmers. Zorg vooral dat de biest of melk, voor de kalveren bestemd, niet met koemest verontreinigd wordt. De eigenaar of plaatsvervangende chef van de boerderij moest eigenlijk alle nieuwmelkte koeien de eerste dagen zelf melken. Het oog .van den mester maakt hier het kalf vet.

Geeft de verschkalfde koe verkeerde melk, of is het dier ziek, dan moet het kalf zoo mogelijk gevoed worden met melk van een andere koe, die even lang geleden gekalfd heeft.

En nu komen wij nog eens aan

het verblijf en de omgeving van het kalf. De kalverhokken moeten voortdurend voorzien zijn van een flinke hoeveelheid zuiver stroo, waarin de dieren zacht en warm kunnen liggen. Als men in het kalverenhok komt, mag het stroo niet onder de voeten »soppen«, en het mag in de hokken niet stinken. Vergeef de platte uitdrukking, maar het is goed Hollandsch en de meest belanghebbende lezers zullen het wel verstaan. De bodem moet ondoordringbaar zijn voor vocht, en een weinig op afwatering liggen. Daaroverheen komt een bed van turfstrooisel, dat warm is, veel vocht opneemt en gemakkelijk verwijderd kan worden, en daarop komt het eenigszins kort gesneden stroo. Dat wil zeggen geen stroohaksel, maar een bos in tweeën of drieën gesneden.

Voorts moet het jonge dier tusschen de drinktijden rustig slapen kunnen. Er is geen heilzamer ding voor een jong kalf dan een maag vol goed voedsel, een warm bed en een langen ongestoorden slaap.

Het spreekt verder vanzelf, dat men zieke kalveren afzondert van gezonde, dat besmette hokken ontsmet, en dat gestorven kalveren behoorlijk onschadelijk gemaakt moeten worden, zoo mogelijk door verbranding.

Het veulen.

Het jonggeboren veulen vereischt voor een deel dezelfde zorg als het kalf.

Een paar zaken komen hierbij echter nog speciaal ter sprake. Het kan nl. voorkomen, dat het veulen in de vliezen geboren wordt. Die vliezen zijn dan zoo sterk, dat zij niet

Sluiten