Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(I. De kop tusschen de voorbeenen gezakt. (Zie fig. pag. 60.)

Men voelt tussclieu de voorliggende voorbeenen op den nek van het kalf, en iets verder de schoft. Hoe meer aan de voorbeenen getrokken wordt, hoe slechter de positie wordt.

Men zet daarom zooveel mogelijk de voorbeenen terug zonder ze echter achter den ring te brengen, en tracht tusschen de beenen door langs den schedel den snuit van het kalf te bereiken. Men pakt nu den snuit in de hand en tracht den kop naar boven te trekken. Desnoods neemt men alleen de achterkaak in de volle hand, zet de vingers goed stevig tusschen de beide takken van dit lichaamsdeel, en trekt krachtig aan. Het doel is den kop op de voorbeenen te leggen.

Gaat het niet, dan legt men een striktouwtje om de achterkaak, en laat daaraan zacht trekken, terwijl men zelf het snuitje in de volle hand neemt.

Lukt het dan nog niet, dan kan men de koe op den rug leggen, zoodat men beter bij den kop kan komen, en deze vanzelf al iets meer tot de normale ligging nadert.

Sluiten