Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XIII.

Achterwege blijven der nageboorte.

In normale gevallen zuivert de baarmoeder zich binnen 5 uren na de verlossing door uitdrijving van de nageboorte (de vruchtvliezen, het licht of het haam).

Duurt het afkomen langer dan een dag, dan is er op een of andere manier vertraging ontstaan.

De hoofdoorzaak hiervan is, dat de baarmoeder zich niet voldoende samentrekt (niet opsluit). Bovenal vindt men dit bij koeien, die het kalf ontijdig verworpen hebben, verder bij tweelinggeboorten, bij waterzucht van de vrucht of de vruchtvliezen en bij moeilijke en vertraagde verlossingen.

Na een dag of vier begint de nageboorte te rotten en het gedeelte dat buiten de kling hangt, begint een ontzettenden stank te verspreiden. Na 8 a 10 dagen is de rotting zoover gegaan, dat de nageboorte uitvalt, waarna een slepende ontsteking der baarmoeder overblijft, kenbaar aan uitvloeiing van vuile, etterachtige stoffen (witvuilen).

Een enkele maal konit het voor, dat de nageboorte los in de baarmoeder blijft liggen, maar niet uitgedreven kan worden, omdat de moederniond zich gesloten heeft voordat de nageboorte losliet. Iets dergelijks kan ook voorkomen, als het buiten de kling hangende deel wordt afgesneden en het nog vastzittende naar binnen glijdt.

Het achterwege blijven der nageboorte is een zeer scha del ijk gebrek. De koe verliest daarbij den eetlust, geefi zeer weinig melk, vermagert dikwijls sterk en kan zelfs aan deze ziekte sterven. Al is dit laatste niet het geval, dan verliest de koe toch tijdelijk, en soms voor goed, veel van haar waarde door de daaropvolgende langdurige baarmoederontsteking en onvruchtbaarheid.

Wegens den stank en liet gevaar voor besmetting van andere koeien zet men een koe, bij welke de nageboorte achterwege blijft, in elk geval uit den stal en plaatst haar afzonderlijk. Trekken mag men aan de nageboorte niet en ook het bezwaren daarvan door aanbinden van een steen is niet aan te raden.

Sluiten