Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

!(. i,, f. liefdeloos, liefderijk, liefelijk, believen, liefst, enz.

10. HKtrht, bemachtigen, machtiging, overmacht, machteloos, enz.

11. meest, meester, meestal, meesterlijk, meesterschap, enz.

12. men t§ 3), ook ten in woorden als: tengevolge, ten behoeve, teneinde, enz.

13. min §3), minder, mindering, vermindering, enz.

14. neriseh, menschelijk, menschel ijker wijs, menschheid, enz.

lö. middel, middelbaar, gemiddeld, inmiddels, bemiddelaar, enz. lil. nieuw, nieuws, vernieuwen, nieuweling, enz.

17. ftfiii, stemming, bestemming stemhebbend, bestemd, enz.

18. tijd, tijding, tijdig, destijds, enz.

1'.'. tref. aantreffen, betredende, getroffen, treffend, enz.

•Ji>. twijfel, twijfelaar, ongetwijfeld, twijfelachtig, betwijfelen, enz.

"21. vast, vastheid, vasthouden, enz.

'22. vd, val, volheid, vullen, aanvulling, volmaakt, voldoende, enz.

23. wacht. wachter, verwachting, enz.

24. weg. beweging, wegens, overweging, enz.

25. u-rhjeren, weigerachtig, weigering, weigerde, enz.

[let op de verkorting eigen, eigenaar, eigenlijk, eigenschap, eigenaardig, enz.]

2»>. zet, verzet, bezetting, voorzetsel, nauwgezet, voortzetting, enz.

27. zit, bezit, bezitting, zitting, opzitten, enz.

28. zorg, zorgzaam, bezorgdheid, voorzorg, terugbezorgen, enz.

29. zwaar, bezwaarlijk, verzwarend, zwarigheid, bezwaar, enz.

< 14. — Evenals wij vaste verkortingen vormden uit den aanvangsmedeklinker (S <>) en uit den slotmedeklinker (§ 13j, kunnen wij deze ook voor- en achtervoegsels vormen.

A. Alleen uit voorvoegsels samengesteld zijn:

1. aanhangen, aanhanger, aanhangig, aanhangsel, aanhankelijk.

2. antwoord, verantwoorden, verantwoordelijk, onverantwoordelijk, enz.

3. bedenken, bedenking, bedenkelijk, bedenkelijkheid.

4. btginnen, beginner, beginsel, enz.

."). < r<ji ren, ergerde, ergerlijk, ergernis, enz.

('.. gering, geringheid, enz.

7, <1<110<111, gewoonte, gewoonlijk, ongewoon, buitengewoon, enz.

8. onderricht, onderrichter, onderrichting, enz.

ii. onderwijs, onderwijzen, onderwijzer, onderwijzeres, enz. ld. oorlog, oorlogen, oorlogstijd, beoorlogen, enz.

11. oorzaak, oorzakelijk, veroorzaken, enz.

12. t<<i< nwoordig, tegenwoordigheid, vertegenwoordiger, vertegenwoordiging. enz.

1::. n <ni.schuwen, waarschuwing, waarschuwer, gewaarschuwd, enz.

B. Uit voor- en achtervoegsels samengesteld zijn:

Sluiten