Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dan ben ik genaderd tot het overzicht van de derde taak, die de vereenigde medici op zich genomen hebben, n.1. de behartiging van de belangen der geneeskunstbeoefenaars, dat is M. H. de goede zorg voor onze beroepsbelangen. Onze voorvaders hebben het zoo juist ingezien dat de waarde van ons beroep, de hoogte van onzen stand in de maatschappij ten nauwste samenhangt met het gehalte der beoefenaren en met den invloed die zij op het maatschappelijk leven kunnen uitoefenen Nauwlettend toezicht te houden op alles wat onzen stand ten goede kan komen of kan verlagen, geregeld kritiek uit te oefenen ieder op zich zeiven en allen op elkander, teneinde ons te hoeden voor daden die ons aanzien in de maatschappij in gevaar brengen, elkander te leeren waardeeren en achten om onzen stand en ons beroep te doen rijzen in de oogen van hen, voor wie wij onze kunst beschikbaar stellen, M. H. dat is voor ons, die steeds aan den weg timmeren, een wel is waar moeilijke maar toch steeds noodzakelijke taak. En gelukkig mag ik zeggen Oldambt heeft niet geschroomd ook hier haar plicht te doen. Zij heeft allereerst de belangen van alle medici gediend door steeds verbonden te blijven aan de groote Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der geneeskunst. Wat de Maatschappij ondervond, wat zij entameerde, het vond weerklank en steun bij Oldambt: alleen in de Ie jaren van haar bestaan is er eens een kleine verwijdering geweest, 't zij om de boven genoemde reden, t zij om de quotumregeling; gelukkig echter tot een breuk heeft dit nooit geleid. In den beginne slechts af en toe, zijn wij van 1868 af geregeld vertegenwoordigd geweest op de algemeene vergadering, steeds door een onzer leden, alleen in 1898 door middel van een zusterafdeeling. Deze geregelde vertegenwoordiging moet men niet onderschatten en de toekomst drage zorg dat daarin geen verandering kome; mogen vele leden van Oldambt steeds de algemeene vergaderingen bezoeken gaan. Twee leden van Oldambt zijn leden v h. H. B. der maatschappij geweest, n.1. de heeren Haakma Tresling en A. W. Tresling, de le was zelfs voorzitter v h. H. B. in 1895.

Sluiten