Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van de melktanden en worden deze vervangen door grootere en sterkere. Dit geschiedt, doordat de wortels van de melktanden opgelost (geresorbeerd) worden, waarna de kronen uitvallen. Opmerkelijk is, dat de wortels van melktanden, welke ziek zijn, niet geresorbeerd worden. Men lette dus wel op, dat melktanden wel degelijk goed ontwikkelde wortels hebben, die vóór de verwisseling verdwijnen. Wortels die door ziekte afgestorven zijn, worden zooals boven gezegd is, niet geresorbeerd, geven dikwijls aanleiding tot verzwering en moeten kunstmatig verwijderd worden, daar zij dikwijls een beletsel voor het doorbreken der blijvende kiezen en tanden vormen.

De verwisseling heeft gewoonlijk in deze volgorde plaats: I. 7— 8 jaar de middelste snijtanden;

II. 8— 9 ,, zijdelingsche snijtanden;

III. 9—11 ,, ,, eerste kleine kiezen;

I\ . 11—13 ,, ,, hoektanden en de tweede kleine kiezen.

V. 13—15 ,, ., tweede groote kiezen.

VI. 17—40 ,, ,, derde groote kiezen ook wel genaamd,

de wijsheids- of verstands-kiezen.

Ook hier zijn de benedentanden meestal eenige maanden vroeger dan de boventanden. Ieder van de genoemde landen en kiezen verschijnt in vier exemplaren, boven en beneden, éên rechts en één links. Van de opgegeven tijdstippen komen vele en soms belangrijke afwijkingen voor.

Het blijvende gebit heeft 32 tanden en kiezen, en wel 8 snijtanden, 4 boven en 4 beneden; 4 hoektanden, 2 boven en 2 beneden; 8 kleine kiezen, 4 boven en 4 beneden; 12 groote kiezen, 6 boven en 6 beneden.

De snijtanden hebben een wortel, evenzoo de hoektanden en kleine kiezen. De groote kiezen in de benedenkaak hebben 2 wortels en de groote kiezen in de bovenkaak 3 wortels.

De wortels van de tanden en kiezen zijn bevestigd in holten van de kaak, tandkassen of alveolen genaamd. Deze zijn door de wortelhuid met het been verbonden. Aan de punt van iederen wortel komen uit het been eenige bloedvaten en zenuwen in de wortelkanalen van de tanden en vertakken zich in de pulpa (tandzenuwi.

In normalen toestand raakt bij gesloten tandenrij de kauwvlakte van één kies, die van twee kiezen welke er tegenovergeplaatst zijn ; de snij- en hoektanden der bovenkaak reiken over die der onderkaak

Sluiten