Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In verreweg de meeste gevallen is een tand of kies waarin de caries haar vernietigingswerk begonnen is, ten ondergang gedoemd. Onophoudelijk en steeds sneller neemt de verweeking en vertering van émail en tandbeen haar voortgang. De gevormde holte biedt meer ruimte voor spijsresten en de tandkroon wordt ten slotte het offer van hun gistingprocessen Door en door verweekt, breekt zij bij het eten af, soms stuksgewijs, soms in haar geheel. Door het afbreken van de kroon mist de tand zijn doel, is hij verder ongeschikt voor het kauwen en de opening in de tandenrij veroorzaakt een leelijke misvorming.

Maar niet alleen deze tand is verloren. Ook de antagonist, d. i. de tand of kies, die bij het dicht bijten door den zieken tand getroffen werd, is nu nutteloos. Niet zelden wordt de antagonist, geen tegenbeet vindende, langzamerhand uit de kaak gedrongen, raakt ten slotte los en valt uit.

De twee tanden of kiezen, die voor en achter den afgebroken, uitgevallen of getrokken tand in de rij hun plaats hebben, loopen gevaar zwak en ziek te worden, wegens het gemis van den wederkeerigen steun, dien iedere tand aan zijn buurman verleent.

Het verlies van een tand heeft dus het verlies van meerderen tengevolge.

Heeft men zoo tengevolge der caries het verlies van tanden en kiezen te betreuren, erger is voor den patiënt de soms afschuwelijke pijn waarmede dit samengaat.

Tengevolge van het steeds meer verrotten van het tandbeen, is de pulpa niet meer beschermd, wordt door het zieke tandbeen geinfecteerd cn raakt in ontsteking, na eerst den lijder door overgevoeligheid tegen koud en warm geplaagd te hebben. De kiespijn, die nu ontstaat is uiterst hevig en wordt als kloppend, knagend, stekend, borend, trekkend, vliegend enz., beschreven. Zij straalt uit over de slapen, het voorhoofd, de wang, het oor en den hals, dikwijls bij zeer gevoelige personen zelfs tot in rug en borst, vaak zonder ophouden dag en nacht door. Volgt nu nog geen behandeling dan kan de pulpa de verschillende ziektetoestanden doormaken, bijv. chronische ontsteking, verettering, woekering en verkalking. Meestal echter gaat de pulpa, die door caries geinfecteerd en ontstoken geraakt is, in betrekkelijk korten tijd ten gronde door z. g. gangraen. Zij wordt een vuile zwarte, stinkende massa, zonder leven, die den

Sluiten