Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

47. W'ensclit ge zo gekleurd of niet? Acht ge dit van ondergeschikt belang?

48. Noem seriën wandplaten, «. die gekleurd, b. die niet gekleurd zijn.

4!i. Welke bezwaren heeft men wel eens tegen 't kleuren van platen?

• >0. Wilt ge het plaatteekenen geheel afhandelen, ofwenscht ge het in de hoogste leerjaren in afwisseling te geven niet natuurteekenen ?

51. Hoe behandelt ge den cirkel? Hoeveel punten wilt ge aangeven?

52. Tot welk soort lijnen behoort de cirkel?

5.'!. Waarom laat ge terstond den cirkel in zijn geheel teekenen ?

54. Welken gang volgt ge bij 't teekenen van regelmatig gebogen lijnen?

55. Wat zijn vrij-gebogen lijnen? Noem voorbeelden.

5G. Welken gang volgt ge 1 >ij 't teekenen van vrij gebogen lijnen?

.)7. Hoe leert ge leerlingen het zien van verhoudingen?

58. Hoe leert ge hun het vergelijkend nieten? Zult ge het verklaren? Zult ge een vasten weg er bij kunnen volgen ? Geef dien aan.

59. Hebt ge wel eens gehoord van vrije rechtlijnige en vrije cirkel-motieven? Wat zijn dat? In welke methodes treft ge ze aan ?

Hd. Waartoe worden deze motieven vooral gebruikt?

01. Aan een vaasvorm /.iet ge vrij-gebogen lijnen. Hoe laat ge die teekenen? Waarmee vergelijkt ge ze, wat buiging en richting betreft?

02. In alle methodes vindt ge veel motieven, die vertikale projecties voorstellen. Welke voordeelen hebben zulke motieven ?

03. Hoe leert ge liet zien van richtingen van schuine lijnen ?

04. Wilt ge letten op hoeken of verhouding van lood- en wa terpaslijn ?

05. Welke gang is er bij 't teekenen van schuine lijnen te bespeuren?

00. Aan welke moeilijkheden moet ge vooral denkeu bij 't teekenen van schuine lijnen?

07. In de methode „Molkenboer", Allereerste teekenoef., in 5 cah., komen in cali. 1 kringetjes en stippen voor op ruiten. Waartoe dienen de kringetjes, de dikkere en dunne stippen?

Sluiten