Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ge er alzoo bij laten opmerken? Denk aan vraag 157.

170. Welke standen zult ge achtereenvolgens bespreken?

1/1. In de draadmodellen zijn vaak roode verbindingsstaven aangebracht. Waartoe?

172. Wanneer kunt ge den cilinder laten teekenen?

173. Acht ge het noodig, dat de leerlingen een cirkel in verschillende standen teekenen?

174. In hoeverre staan de rechtlijnige en cirkelmotieven in verband met liet natuurteekenen?

175. Zult ge ook de aandacht vestigen op twaalf-en twintig vlak? Waarom niet?

176. Hoe zult ge den cilinder laten teekenon? (Versch. standen).

177. Behandelt ge den kegel vóór of na den cilinder? Geef er uwe redenen voor op.

178. Hoever zult ge ongeveer gaan met het natuurteekenen ?

1<9. Zult ge kinderen laten schaduwen?

180. W anneer en door wien werd het teekenonderwijs als verplicht leervak opgenomen in de Wret op'tL.-O. ?

181. Werd het voor dien tijd niet onderwezen?

182. Wie gebruikte het eerst draadfiguren?

183. Op welke wijze werden ze door gebroeders Dupuis gebezigd?

184. W enden zij ze op dezelfde wijze aan al.s wij tegenwoordig die van Bes?

18ii. Iloe trachtte Pestalozzi liet teekenen naar de natuur te onderwijzen?

186. W elk hulpmiddel gebruikte een zijner onderwijzers?

187. W ie waren liet, die de methode Dupuis voor ons land bewerkten?

188. W elke eigenaardige hulpmiddelen werden toen hij 't teekenen gebruikt?

1S9. Hoe dacht Rousseau over 't teekenen? Waar is hij feitelijk de grondlegger van?

190. Waar werd de methode Dupuis het eerst in ons land gevolgd?

191. W ie waren het, die voor de invoering van het teekenonderwijs op de lagere school veel gedaan hebben?

192. W at waren vooral de gevolgen van hunne reizen en onderzoekingen ?

Sluiten