Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor aanhef en sbt (het verhaal kon hij opnieuw uit J. a L. nemen) op zijn geheugen verlaten; vandaar, dat het slot zooveel korter is, dan in de succ. enarr., wier schr. de valsche oorkonde gebruikte, maar beknoptheidshalve aanhef en verhaal weg liet, omdat hij nog 't in lectiones verdeelde verhaal wilde opnemen. Marius eindelijk kende de succ. enarr% maar niet het mirakelb., en dus van de oorkonde alleen het slot, in 't Latijn; vertaalde mi les met schildboortigh en voegde zijn vertaling achter 't verhaal der Div. Chron. waarvan hij om onbekende redenen (45) de voorkeur gaf boven J. a Leidis.

b. Omgekeerd: de kortere Ned. tekst is verdicht door den schr. van het mirakelb., die schillboorti^h nog kende als titel; en wist dat F. v. B. in 1345 baljuw, maar niet dat hij ridder geweest was ; of wel deze waardigheden verwarde. De schr. der succ. enarr. vertaalde dit in 't Latijn ; en M. dat wcór in 't Ned.

Ik onderstel hier voortdurend, dat er een volledige valsche oorkonde heeft bestaan, 't Is ook mogelijk, dat men alleen een slot heelt verdicht; en dit door de verschillende schrr. op verschillende wijzen is gebruikt. Dit doet er ook minder toe ; de valschheid, die de hoofdzaak is, staat vast.

Maar als zij echt ware?

Dan zou zij nog niets anders bewijzen, dan dat heer Floris enz. in de algemeene wonder- en vooral sacramentswonderzucht van hun tijd hebben gedeeld (46); of dat zij niet durfden

(45) Misschien om 't ontbreken van den snoak — hij was niet tevergesfs de vriend van Vondel.

(46) Men vergete 't niet: de Mariadienst had toen niet de holft van zijn tegenwoordige beteekenis; de Dominikanen, door den paus zelf aangesteld als wachters voor de zuiverheid dor leer, ontkenden als één man de onbevlekte ontvangenis; en dit verschil kwam grootendeels ten bate der vereering van het sacrament des altaars, die vooral sedort de instelling der processio op II. Sacramentsdag een hooge vlucht nam. Alle wonderen van soortgelijken aard als het Ani' sterdamsche vallen dan ook om en na het midden der veertiende eeuw:

Stiphout 1342. Schutjes Gesch. bisd.; Hert. V, 685. Brussel i370 (zio n. 54). Klundert omtr. 1370 (Hermans, Gesch. der Rederijkers in N.-Brab. vlgg.) Gent 1346 011 Middelburg 1374 (Schutjes III, 35S», enz.

Opmerking verdient nog, dat Schutjes het wonder van Amsterdam op 1346 plaatst en over Klundert zwijgt.

Sluiten