Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

spelen, liederen als paapsche stoutigheden of heidensche superstitiën bekampt en voor goed doen verdwijnen. Met dat al toonen ons de acta der provinciale synoden en classicale vergaderingen — gij denkt aanstonds aan de uitgave der gewestelijke acta van Van Veen en Reitsma — met welk eene onvermoeide toewijding de kerkelijken strijd hebben gevoerd tegen zonden en misbruiken. De handelingen der synoden en dikwijls ook kerkeraadsacta zijn ter eene zijde aldus eene bron voor onze kennis van de zedelijke beginselen der gereformeerde vaderen, hunne opvatting over goed en kwaad en van de middelen, die zij hebben toegepast, om de calvinistische schare onder tucht en straks op 't goede spoor te brengen. Wanneer wij b.v. zoo regelmatig als een «Carthago delenda" lezen van maatregelen tegen battementspelers, wederdoopers en lombardiers, dan blijft die dwaze samenvoeging voor rekening deikerkelijke heeren; maar 't is duidelijk, dat hier te leeren valt omtrent de gereformeerde beschouwing van tooneelspel en banken van leening, hunne houding tegenover de tooneelkunst, hun oordeel over woeker en rente, waarbij, 't is duidelijk, het verband met vóór-reformatorische toestanden niet mag vergeten worden. Ex ungue leonem. Ter andere zijde doen ons de acta het, volksleven kennen, en de beoefenaar van onze volkskunde zal haar als bron niet mogen overslaan. Want daar de kerk zich met alles inlaat en er bijna niets geschiedt, of zij brengt het voor hare vierschaar,

Sluiten