Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

godsdienstig gemoedsleven, het «geloof des harten", waarvan de devotie, de toewijding geen minder deel uitmaakt dan de aanbidding, of het vertrouwen, of de mystieke gemeenschapsoefening met God. Zij, de vroomheid, is de broti van wat naar buiten zich openbaart als de lijdensmoed van martelaren, als de doodsverachting van geloofshelden, als de bezieling van predikers. Zij zingt hare hymnen in geuzenliederen en psalmen. zij spiegelt zich af in de stille godsvrucht der devote en christelijke boekskens, zij treedt ons tegemoet in hare bescheiden schoonheid uit de intieme briefwisseling van velen onzer groote mannen en vrouwen 1), zij wordt in formules vastgelegd in de belijdenissen en catechismi, en overal is zij het beste, reinste deel van het veelvoudig samengestelde godsdienstige leven.

Deze vroomheid te maken tot voorwerp van onderzoek zij den a.s. predikant nadrukkelijk voorgeschreven. De opvatting is niet nieuw. Moi.l gaf aan zijn «Johannes Brugman" als tweeden titel «het godsdienstig leven onzer vaderen in de 15de eeuw"; Acquoy bedoelt niet anders in zijn «Het klooster Windesheim en zijn invloed"; een zijner leerlingen, dr. G. Visser, verwierf zich den doctorsgraad met een boek over Hendrik Mande als eene bijdrage tot de kennis der Noordnederlandsche mystiek. Vijf jaren geleden sprak dr. Pijper van deze

1) Voor de Prinsessen van Oranje en bare dochters in Frankrijk is dit onlangs aangetoond door mej. Joh. W. A. Nabek.

Sluiten