Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

//Kon haar verrukkend schoon zo sterk een liefdevuur In 't zuivre Geestendom verwekken en ontsteken,

Ja zelf in eenen God, gausch louter van natuur, Een onweerstaanbren gloed van liefdevlammen kweekon!

Hoe diep een hulde moet het storvelijk geslacht Die edle Koningin der Deugden niet betoonen?

Zij heeft d' onsterflijkheid voor ons in 't lieht gebragt, En schonk, door 'sHeilands kruis, ons recht tot 's Hemels kroonen." ')

Of eindelijk uit de denkbeelden van Christina de Vkij in de «Willem Leevend", die voor de schrijfsters de draagster is van verlichte godsdienstige begrippen en o. a. schrijft: «Hoe zorgvuldig een Mensch, dat God vreest, en «geroepen is tot de kennis des Evangeliums, ook moet «zijn, indien hij geene ingeschoven denkbeelden voor «wetten, door God gegeeven, wil aanneemen; zo moet «hij echter de Leer der waarheid nooit aantasten of «verminken. Bij voorbeeld. Een Christen mag zich «den Eeuwigen nooit voorstellen als onmagtig, of «onwillig, om, op berouw en boete, zonden te vergeeven; «mag nooit zijne bermhartigheid afhangelijk stellen van «een ander Persoon, die hem daartoe zoude moeten «heweegen; of hij stelt meer dan het Evangelie. Maar «aan den anderen kant, kan geen Christen den zaligenden «invloed van Christus' dood, op de verbetering des «levens, en dus noodzaaklijk op de vergeeving der «zonden, ontkennen." 2)

1) l)e Philauthrope, 3de deel, 175'.», pag. 255.

2) «Willem Leevend", uitg. 1785, dl. VII, pag. 91.

Sluiten