Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geen verdediger had gevonden in Willem van Oranje. Wij, die door de historische studie der negentiende eeuw bekend zijn geworden met de briefwisseling en de staatspapieren van de Hertogin van Parma, den Kardinaal Granvelle, den Prins van Oranje en meer anderen, zijn in staat te beoordeelen wat de Nederlanden bedreigde nadat Karei V ze had overgedragen aan zijn zoon Philips; maar het is te betwijfelen of in de jaren 1555 en volgende iemand het zoo doorgrondde als Willem de Zwijger — ik zeg Willem de Zwijger, want, onjuist als hij is, onder dien naam is hij beroemd in de geheele beschaafde wereld, en onder dien naam zal hij het blijven, zoo goed als Fabius Maximus onder dien van Cunctator. Hij, de Zwijger, doorzag het gevaar van de aanwezigheid der Spaansche legerbenden en de telkens en telkens herhaalde beden, en erkende daarin de bedoeling, in de Nederlandsche gewesten het Spaansche regeeringsstelsel in te voeren, hetzelfde stelsel dat toegepast werd in Castilie en Arragon. Hij, zoo iemand, heeft aanstonds voorzien, dat vroeger of later die gewesten te dulden zouden hebben wat een tiental jaren later de Hertog van Alva hun brengen zou, en hij, hij alleen, heeft het verhoed. Want de tegenstand der Algemeene Staten was de tegenstand van Prins Willem van Oranje, en naar de letter en den zin was het de waarheid, toen Philips II in 1559, bij zijn vertrek naar Spanje, hem de ondervonden tegenkanting verweet met de toornige woorden: „Niet de Staten, maar gij, gij, gij". Zonder den Zwijger waren de Nederlanden verspaanscht; hun ware het lot beschoren der Spaansche Kroonlanden in Italië, die zoo lang en zoo zwaar geleden hebben

8

Sluiten