Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tijdperk, zoo rijk aan ingewikkelde vraagstukken op bijna ieder gebied, kon zulk een invloed niet anders dan verlammend werken op den gang van zaken. Zoo lang Willem de Zwijger leefde, had dit niet zoozeer aan het licht kunnen komen: door het groote vertrouwen, dat hem geschonken werd, behield hij de leiding in de unie. Ook Oldenbarnevelt had langen tijd de leiding in vele takken van het staatsbestuur feitelijk alleen in handen. Maar de tijd van het bestand bracht al het gevaarlijke van den toestand aan den dag. Niet alleen toch had de betreurenswaardige strijd in 1618 en 1619 de gemoederen verbitterd, maar de heillooze meening was gewekt, dat de steden, of liever de stedelijke besturen, souvereine machten waren. Inderdaad, toen Frederik Hendrik de stadhouderlijke waardigheid aanvaardde, wachtte hem eene uiterst moeilijke taak — oneindig moeilijker dan die van zijn neef, den Frieschen Stadhouder Ernst Casimir. Diens vrome broeder Willem Lodewijk toch, „ons vadertje", zooals hij genoemd werd, had het stadhouderlijke gezag stevig genoeg kunnen vestigen; bovendien, wat meer zegt, het zwaartepunt van de buitenlandsche staatkunde en van den oorlog lag uit den aard der zaak nog in Holland, en in Holland ook was de zware binnenlandsche strijd gestreden tusschen de beide groote partijen.

Die partijen te verzoenen, de Republiek voor goed te bevrijden van de Spaansche legermacht, de leiding op zich te nemen van de staatkunde tegenover Frankrijk, de Duitsche Staten en den Keizer, Denemarken en Zweden, Engeland, dat alles stond aan zijn beleid. En dat, terwijl schier geheel Europa te

Sluiten