Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was het dat: de afzwering van Philips II was gericht tegen diens persoon, niet tegen den landsheer als zoodanig. Het regentendom heeft nooit den bijval gehad in andere kringen dan in die der belanghebbenden.

Daarom is zoo dikwijls in den loop der geschiedenis de roep gehoord om de verheffing van een Oranje-vorst, ook al wist men niets van zijn persoon: in hem hoopte men den man te vinden, die de eenheid der Unie en het algemeen belang zou beschermen tegen de eigenbaat van gewesten, steden, personen. Dat hoopte en verwachtte men van Willem III, dat hoopte men later van Willem IV.

Het is een allerbedroevendst verschijnsel, dat men nog steeds voortgaat Willem III en Johan de Witt tegenover elkander te stellen. Men wordt bijna tot de meening gedwongen, dat het voor sommigen onmogelijk is een der beide groote mannen te eeren zonder te beproeven den anderen te smaden, en het schijnt nu en dan alsof men het rekent tot eene vrijzinnige denkwijze te behooren den raadpensionaris te bewierooken en de stem te verheffen tegen al wat gelijkt naar vereering van den stadhouder.

Beide groote mannen hebben hun vaderland gediend met al de kracht van hun geest, beiden hebben aanspraak op de dankbaarheid van de latere geslachten, en onwaardig is het hunne schimmen op te roepen in den partijstrijd.

Toen Willem III als twee en twintig jarig jongeling geroepen werd tot de waardigheden zijner voorvaderen, dreigde niet alleen ons vaderland, maar gansch Europa een gevaar, niet geringer, neen grooter dan dat der

Sluiten