Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Spaansche overmacht een eeuw te voren: het gevaar der Fiansche overheersching, der zoogenaamde universeele monarchie. Ik zeg niet te veel wanneer ik beweer, dat hij een van de weinigen — haast zou ik mogen zeggen de eenige — was, die het van stonde af aan doorzag, en zeker mag ik met nadruk het uitspreken, dat hij, hij alleen, het heeft afgewend. Als een tweede Willem de Zwijger, zonder grooter gezag of macht dan deze had bezeten, trad hij den machtigsten monarch in den weg, om diens eerzucht te breidelen, hij, de twee en twintig jarige.

Zijn leven lang, dertig jaren — helaas niet langer! — heeft Willem III, de kinderlooze vorst, die met geen dynastiek belang rekening had te houden, zich gewijd aan de groote levenstaak, die hij op zich genomen had: de vrijheid te verzekeren van de Europeesche staten, in de eerste plaats van Nederland, waarnaar zijn hart altijd trok, tot het laatste toe.

Terecht mocht hij een jaar vóór zijn dood, in Februari 1701, zijn vertrouwden vriend Heinsius herinneren hoe hij, ,,over daght en twintigh jaeren onophoudelyck had gearbeyt om de barrière aen den Staet te concerveeren ende daertoe nogh moeyte nogh perickel gespaert".

Het werk, door Willem den Zwijger begonnen, werd door zijn grooten achterkleinzoon voltooid; hij redde Nederland ten tweeden male van het gevaar een vasalstaat te worden.

Die levensarbeid heeft 's Prinsen werkkracht geeischt zonder eenige verpoozing: volgens het getuigenis van onpartijdige tijdgenooten gunde hij zich nacht noch dag rust. Eene poging om in den onhoudbaren

Sluiten