Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toestand in zijn vaderland verbetering te brengen heeft hij niet gedaan: de regenten-regeering heeft hij, zooveel hij kon, gebruikt tot zijn doel, niet meer.

Toen hij den Staat ontvallen was, kon het onkruid dier regenten-regeering weder voortwoekeren. De tijd om de Nederlandsche staatsinrichting te zuiveren, was voorbij.

Nog altijd hoopte de burgerij van den druk der oligarchie verlost te worden door een Prins van Oranje, en éénmaal nog, in 1747, waande zij haar doel bereikt te hebben, door de verheffing van Willem IV. Democratisch was de beweging van dat jaar en van de volgende in geenen deele. Geen aandeel in de regeering begeerde men, middellijk, nog onmiddellijk. Wetsverzetting, herstel van de oude rechten der gilden en schutterijen, ambtenverkoop, waren de eischen: van een verlangen naar inmenging in het stedelijke of gewestelijke bestuur vindt men tenauwernood een spoor vóór den tijd, dat de invloed der Amerikaansche Koloniën zich deed gevoelen. Van den stadhouder alleen verwachtte men alles, en men vond zich bedrogen. Inderdaad, een Caesar had uit zijn graf moeten verrijzen om den staat te besturen zonder ander gezag dan dat van een stadhouder, te midden van die eindelooze reeks van colleges en personen, die ieder voor zich naijverig waren op hunne bestaande of vermeende voorrechten. Willem IV vermocht het niet. Hij werkte onverdroten tot zijne zwakke gezondheid er onder bezweek; toen hij na vier jaren stierf, erfde zijn driejarig zoontje, met het uiterlijk gezag zijns vaders, de taak het gansche landsbestuur in zijn geheelen omvang en in al zijne onderdeelen te voeren, met dat

Sluiten