Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De archieven der Leidsche Universiteit zijn over vier depots verdeeld, het oud-archief van Curatoren, het archief der gemeente Leiden, het archief van den Senaat, en het algemeen rijksarchief te 's-Gravenhage.

Het besturende College der Universiteit bestond oorspronkelijk uit „Curateurs der Universiteyt ende Burgemeesteren der stad Leyden". Secretaris was meestal een stadsbeamte, en zoo komt het dat de archieven van curatoren voor een deel op het gemeente-archief worden bewaard. De oorspronkelijke Statuten van 2 Juni 1575 zijn op het gemeente-archief, de herziene van 1631 in dat van Curatoren, de gemeente bezit 2 exemplaren van de Resolutien van Curatoren van 1575—1589, de Curatoren geen enkel. Het archief van het Staten College is over beide depots verdeeld, en in de portefeuilles met ingekomen stukken op het gemeente archief bevinden zich wellicht eenige die bij Curatoren ontbreken.

Het oud-archief van Curatoren loopt tot het jaar 1812, toen de Leidsche Hoogeschool ingelijfd werd bij de Université Impériale te Parijs.

Het archief van den Senaat bevond zich tot het vorige jaar in het Universiteitsgebouw; met het oog op brandgevaar is het in 1908 overgebracht naar de Universiteits-Bibliotheek, en wel de stukken tot het jaar 1875. Daarom zijn in dezen inventaris de stukken tot dat jaar beschreven, al geeft dit met het oog op het vroeger eindigen van het oud archief van Curatoren den schijn van tweeslachtigheid.

Ten slotte bevinden zich in het algemeen rijksarchief te 's-Gravenhage de stukken betreffende de academische recht bank, die daarheen in 1882 overgebracht zijn.

Sluiten