Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was opgelegd te doen. Zij begon met verscheidene proponenten uit te noodigen om zich te laten hooren aan de Oudewetering. Men ging niet hooren; lang is het de gewoonte geweest om eenvoudig bekend te maken, dat eene plaats vacant was en uit te noodigen degenen, die zich bereid verklaarden om hunne gaven te laten beoordeelen, of enkele personen te vragen. De classis was blijkbaar van oordeel, dat de gemeente van Oudewetering zeer geschikt was voor een proponent.

De classis trachtte volstrekt niet eenige heerschappij over de jeugdige gemeente uit te oefenen. Zij bemoeide zich niet met de plaatselijke aangelegenheden om een predikant op te dringen en hier te plaatsen. Naar goede beginselen handelend, liet zij verscheidene proponenten preeken om de gemeente daarna zich te laten uitspreken en eene keuze te doen.

Spoedig bleek het meerendeel der gemeente »genegen tot den persoon van Dom. Hattem.« Deze werd door een drietal broeders op de classis van 8 Maart 105G »uijt de naem van de gemeijnte« voorgesteld. Bedoelde commissie bestond uit Cornelis Janse van Hijningen, Rosier Joosten van der Vaeck en Abraham Dirksen Huijcker.

De classis besloot aanstonds, »(dewijle sij doemaels representeerde den Kerckeraedt), om de genegentheyt der gemeynte in te willigen.® In dezelfde vergadering beriep zij »tot ordinaris predikandt en leeraer Dom. Guiliei.mus Hattemius, proponendt tot Utrecht.a

De beroepsbrief luidde van woord tot woord aldus: Alsoo het Godt almaghtigh gelieft heeft nae syne grondelose barmhartighyt op de plaetse van de Ondeweeteringh, geleegen in de heerlyckhyt van Alckomade gelegentheyt te verschaffen omme een nieuwe Gereformeerde Kerck op te richten, ten gemeene welstandt van de ware Gereformeerde religie, soo ist dat de E. classis van Woerden ende Over-rijnlandt, bekledende de plaetse van de Kerckenraedt aldaer, die syluiden als noch ontbeeren, wel berickt

Sluiten