Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ons geen stap dichter gebracht bij de wezenlijke kennis van het leven en de levenskracht, evenmin als dat Laplace, in weerwil van zijne voortreffelijke instrumenten bij het doorzoeken van het heelal naar God, Dezen vond.

Laplace, (1749—1827) de Fransche astronoom, heeft beproefd met zijne instrumenten het gansche heelal te doorzoeken, of hij God vond, maar tevergeefs.

Op zeker dorp gingen de bewoners veel naar de kerk en zoo gebeurde het dat menigeen, als hij ziek werd, nogal eens bekommerd was over den toestand van zijne ziel. Aldaar practiseerde een geneesheer, die dan gewoonlijk verklaarde, dat hij zoo menigmaal een mensclielijk lichaam geopend, maar nog nooit eene ziel gevonden had. De man bereikte een hoogen ouderdom, was echter in den laatsten tijd van zijn leven toch ook bekommerd om zijne eigen ziel,

Laplace vond God niet bij zijn onderzoek, die geneesheer geene ziel, de meeste Physiologen geen levenskracht. Dit behoeft echter nog niemand te verontrusten. In weerwil van het onderzoek van deze geleerden is het toch nog mogelijk, dat er een God bestaat, ook eene ziel en eene levenskracht.

Hoe meer de instrumenten tot nu toe verbeterd werden en dus nog meer aan hun doel beantwoordden, zooveel te meer ontwaart men aan zijn oog. Waar men vroeger eene ster of eene lichtende vlek meende te zien, daar ontdekt men thans geheele groepen van sterren. Dus het wordt hoe langer hoe moeielijker om het heelal af te zoeken. Daarbij begint men iets te begrijpen van de waarheid, die de propheet Jesaia uitsprak, als hij zeide : „Mijne gedachten zijn niet ulieder gedachten, en uwe wegen zijn niet mijne wegen, spreekt de Heere. Want gelijk de hemelen hooger zijn dan de aarde, alzoo zijn mijne wegen hooger dan uwe wegen, en mijne gedachten dan ulieder gedachten."

Maar wat heeft men nu sedert bereikt in de kunst van de samenstelling (synthese) op het organisch gebied. Eerst heeft men bij de bereiding van verfstoffen allerlei samenstellingen leeren maken; vervolgens verschillende zoogenaamde zoete stoffen (Sacharin etc.). Maar alle deze ontdekkingen bewegen zich op het gebied van die stoffen, welke behooren tot

Sluiten