Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de levende natuur, waarin men de levenskracht nog als een onbegrijpelijk raadsel werkzaam zag, nam gaandeweg af; vooral sedert men ook organische stoffen leerde samenstellen (Zie bladz. 5, ) Ten tijde van de Alchimisten had men te vergeefs naar het samenstellen van goud en edelgesteenten gezocht, maar nu toog men met nieuwen moed aan het werk, om zelfs den steen der wijzen te vinden. Machtige, rijke peisonen zochten voor groote sommen geld degenen aan zich te verbinden, die uitzicht konden geven op grond van hunne wetenschap en kunst, tot het vinden van dien „steen der wijzen;" en werden daarbij dikwijls het offer van sluwe bedriegers. Onder degenen, die de zoogenaamde goudmakerskunst beoefenden, mogen genoemd worden: Cagliostro, Johan Kunkel en Friedrich Böttger. Dat daarbij soms gewichtige ontdekkingen gedaan werden, moge met meerdere of mindere dankbaarheid hierbij eveneens vermeld worden. Bijv. het buskruit en het porselein heeft men daarbij toevallig uitgevonden.

Toen men echter steeds de edele metalen en gesteenten niet leerde frabriceeren, gaf men den moed op; doch niet geheel, en dat ook in deze verlichte eeuw nog kapitalisten te vinden zijn, die zich door een modern Alchimist beet laten nemen, heeft men kunnen zien in het begin van dit jaar, toen de Heer Lemoine er van door ging met een aanmerkelijke som van de Directie der Zuid-Afrikaansche diamantmijnen. Misschien ook heeft men, door dit als een echt spectakel-stuk voor de wereld op te voeren, deze willen toonen, dat men geen echte diamanten langs kunstmatigen weg kan verkrijgen. Althans een guit had den moed zoo iets te beweren; waaraan ik tot mijn leedwezen moet toevoegen, dat men op deze wijze op de wereld het echte van het valsche niet meer weet te onderscheiden, en nog meer dan vroeger wandelt in raadselen.

Intusschen de ontwikkeling der natuurwetenschappen heeft een geweldigen en bewonderenswaardigen invloed op velerlei gebied van het menschelijk bestaan uitgeoefend, gelijk ik reeds bij den aanvang van deze brochure aanstipte. Daarbij moet men echter niet vergeten, dat de heerschappij, die door deze uitgeoefend wordt, zich bepaalt tot de voorwerpen van de doo-

Sluiten