Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om het onderscheid te zien tusschen de methoden van den scheikundige en die van de levenskracht in de levende voorwerpen der natuur.

We nemen zoowel bij een kristal als bij een voorwerp van de levende natuur een wasdom waar, maar met welk een verschil. De kristal groeit, doordat hij gelijksoortige stoffen in zijné nabijheid vindt. De levende cel eigent zich ook gelijksoortig materiaal toe, doch ze vormt zich zelf dit materiaal uit vreemdsoortige stoffen ; en wel doet ze dit door een gelijkmakingsproces. Assimilatie genoemd; een proces, dat de scheikundige nog niet kan uitvoeren en wel, omdat hij de levenskracht niet in zijne hand heeft.

De plant vindt haar voedsel in de aarde en maakt zich door het assimilatie-proces de anorganische stoffen opneembaar, en daardoor groeit de plant.

Het dier neemt zijn voedsel in het planten- en dierenrijk, dus als organische materie, die hem echter noch vreemd is.

Door de spijsvertering en assimilatie evenwel wordt deze materie bruikbaar voor den opbouw van zijn lichaam. Dit geschiedt wederom door de levenskracht, en geen chemische handeling kan dit ook maar in de verte nadoen.

Men zal mij tegenwerpen: maar de chemische fabrieken hebben toch kunstmatige voedingsmiddelen uitgevonden en bereid tot consumptie? Voorzeker. Doch al deze producten zijn voor het menschelijk lichaam ongeschikt, omdat ze niet de natuurlijke eetlust bevredigen. Bevredigen van de eetlust is noodzakelijk, en dit kan slechts geschieden door zoogenaamde hooggecompliceerde stoffen, dezulke die de levende natuur in zich bereidt en alzoo in harmonie brengt met het lichaam, dat gevoed moet worden.

De geneesmiddelen nu uit het plantenrijk hebben dit groote voordeel, dat ze eene bearbeiding hebben ondergaan, die ze opneembaar maken voor het lichaam.

Dat de scheikundige bij zijne onderzoekingen vele planten in de hoofdbestanddeelen heeft kunnen ontleden, dat aanvaarden wij met dankbaarheid, want daarmede doet men winst bij

Sluiten