Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gewichten en hadden op den grond aangekomen bijna geen arbeidsvermogen, terwijl, door de wrijving van de schoepen tegen het water en van de waterdeeltjes onderling er warmte ontstond; door steeds dezen toestel te laten werken, kon dus de arbeid, noodig om de gewichten op te heffen, vernietigd worden en warmte in steeds toenemende mate ontstaan. Maar ook omgekeerd kon Joule warmte laten verdwijnen en arbeid verkrijgen. Vele proeven, met de uiterste zorg uitgevoerd, stelden Joule in staat, te kunnen beweren, dat de warmte, noodig om eene zekere hoeveelheid water i° C. te verwarmen, gelijkwaardig is met den arbeid, die verricht moet worden om diezelfde hoeveelheid 425 meter te verheffen; gevonden was dus het mechanisch aequivalent van eene zekere hoeveelheid warmte. Even als een kogel, die den loop van het geweer verlaat, meer arbeidsvermogen bezit dan voor het schot, bezit een lichaam meer arbeidsvermogen naarmate het warmer is: de warme stoom in den ketel van een stoommachine kan den zuiger in den stoomcilinder voor zich uitdrijven, maar de hoeveelheid warmte vermindert en voor iedere warmte eenheid die verdwijnt, komt eene bepaalde, en door het bovengenoemde getal bekende, hoeveelheid arbeid te voorschijn. Door deze verandering in het begrip der warmte kon ook de wet van het behoud van arbeidsvermogen worden uitgebreid op de vele processen waarbij warmteverschijnselen een rol spelen; de spoortrein, die plotseling geremd wordt, verliest zijn arbeidsvermogen van beweging, maar de in de remschoenen, wielen en rails ontwikkelde warmte stelt eene juist even groote hoeveelheid arbeidsvermogen voor, zoodat ook bij dit proces de hoeveelheid arbeidsvermogen constant is. In het klassieke werk »die Erhaltung der Kraft" — het behoud van arbeidsver-

Sluiten