Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mag zjjn, dan wel, of het leven, de strijd om 't bestaan iets anders eischt, zullen wij eens nagaan, hoe de Reformbeweging deze taak opvat.

Men tracht het oog van het kind te openen voor de „schoonheden in de natuur". „Het kind houdt van de natuur". Men volgt in dezen dus ,de natuurlijke neiging" van het kind.

Daarom worden levensvormen geteekend, zooals bladeren, bloemen, vruchten, vlinders, visschen, opgezette vogels enz., waarbij kleurreproductie met waterverf, gekleurd krijt enz., het weergeven van kleurimpressies factoren van groote beteekenis worden. Het kind immers voelt meer voor kleur — kleur maakt meer indruk op het kinderlijk gemoed dan vorm, zoo ongeveer redeneert men.

In de eerste plaats een kort woord over die „natuurlijke neiging'1'' van het kind.

„De oogen van het kind glinsteren van genot" bij het teekenen dier levensvormen, zoo ongeveer hoorde ik den heer Ros zeggen; wandplaten, meetkunstige vormen, zij zeggen het kind niets, dus — weg met den meetkunstigen grondslag, weg ook niet alle wandplaten, pleistermodellen enz. „Leer het kind het schoone in de natuur zien" is 't parool, immers het houdt van de natuur.

Ik wil aannemen, dat meetkunstige vormen het kind niets zeggen, al heb ik in mijn 20-jarigen loopbaan nooit de „verveling" ontdekt bij het teekenen van mooie in goede harmonische kleuren uitgevoerde wandplaten en is m. i. het vervelende in het onderwijs meer een gevolg van de persoonlijkheid van den onderwijzer dan van den aard der modellen; de oogen „glinsterende van genot", ik heb ze nooit aanschouwd, misschien, omdat ik tot nu toe geen neiging gevoel, de nieuwe richting te volgen.

Ik wil echter gelooven, dat ze niet alleen bestaan in de fantasie van de heeren Reformers, maar als men beweert, dat,

Sluiten