Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Door liet kind kunst te laten beoefenen, kunst te bedrijven en wel kunst in zeer bepaalde richting — impressionistische teeken- en schilderkunst — namelijk.

Het blijft daarbij de impressionistische opvatting getrouw.

Nauwkeui ikheid van vorm, het komt er minder op aan. het weergeven van kleur-impressies is hoofdzaak — immers „kleur treft het kind, den beschouwer, meer dan vorm." „Hoe verheerlijkt is een kind met een kleurdoos !"

Maar, vraag ik mij af, zou kunstzin — zin voor kunst, gevoel voor kunst wel bevorderd worden, door zoo oppervlakkig kunst te oefenen, zonder ernstige langdurige studie en dientengevolge zonder resultaat van eenige beteekenis, zonder kunst te zien? Bevordert men langs dien weg den kunstzin of kunstgeliefhebber, dilettantisme op 't gebied van teeken- en schilderkunst? Ziedaar een vraao-'

O

Kunstzin wordt m. i. niet ontwikkeld door natuur te zien, maar door kunst te zien, kunst te leeren zien, het schoone in de kunst te leeren voelen en begrijpen, dus door het kind met kunst in aanraking te brengen. Natuur heeft daarmee niets te maken. Het zien van het mooie in de natuur zal den zin voor kunst niet ontwikkelen, noch bevorderen.

En dan — op welk terrein beweegt de nieuwe richting zich? Is zij niet in hare keuze bijzonder eenzijdig, onpraktisch? Bepaalt de ontwikkeling van den kunstzin zich hier niet wel geheel tot teeken- en schilderkunst, „museumkunst" zooals de heer P. zegt? In welk opzicht wordt het gevoel voor de andere vormen van Beeldende kunst ontwikkeld b. v. het gevoel voor Bouw- en Beeldhouwkunst en last not least voor toegepaste kunst, voor producten van kunstnijverheid, voor de kunst in 7 dagelijksch leven? Met welke van deze takken van kunst komt het kind later het meest in aanraking, welke is voor de ontwikkeling van den kunstzin de voornaamste ?

Sluiten