Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schijnvorm uit zijn herinnering is weggevaagd, wat heel spoedig het geval zal zijn ? Dan heeft heel die oefening geleid tot niets.

Neen, om tot het afbeelden van voorwerpen van dezen aard te koraen, moet de leerling niet alleen een heldere, scherp omlijnde voorstelling van het te teekenen voorwerp hebben, maar bovendien kennis van afbeeldingen van verschillenden aard, van perspectievische verschijnselen, van regels en wetten, die bij het schetsen dezer voorwerpen moeten worden toegepast en die niet alleen de vrucht kunnen zijn van „praktische oefeningen in het waarnemen".

Niet door een onophoudelijk tasten in den blinde, „door herhaald schetsen met houtskool" zal de leerling het hier brengen tot kennen. Een grondige behandeling, berustende op aanschouwing, dient hier het punt van uitgang te wezen. Hier alleen zal kennen leiden tot hunnen; met een armbeweging in de lucht

' O O

laten voorwerpen van dezen aard zich nu eenmaal niet bewerken.

Is dus de weg, dien het Hamburger Teekenonderwijs bij het uit het hoofd teekenen inslaat in den aanvang de goede, in de hoogere klassen en inzonderheid bij het teekenen van voorwerpen z.g. „met perspectievische verschijnselen" geraakt het m. i. op een dwaalspoor.

Daarbij komt nog, dat het dagelijksch leven dikwijls als eisch stelt, een schetsje te vervaardigen, waarnaar een voorwerp kan en moet gemaakt worden. Hiervoor is noodig een begrip van projecties en doorsneden waarmee men zich bij dat onderwijs (behoudens bij het reeds behandelde lijnteekenen) niet inlaat. Toch dient en kan dit zeer goed hand aan hand gaan met het gewone teekenonderwijs en zal juist dit leiden tot het verkrijgen van heldere voorstellingen.

En thans de aard der modellen.

Men kiest in de eerste plaats voor dit doel levensvormen, natuurvormen, voorwerpen, die een vrije behandeling, een tee-

Sluiten