Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weinig van plaats. Ter onderscheiding van „convectiestraliog" kunnen wij hier spreken van „golfstraling''. Slechts verschijnselen, tot deze tweede groep behoorende, hebben wij op 't oog.

Om het stralingsproces nader te kunnen beschouwen, moeten wij ons eerst duidelijk voor den geest brengen wat men verstaat onder de bewegingsenergie van een electron. Deze toch zal blijken de bron te zijn van de straling.

Een kanonskogel heeft een hoeveelheid bewegingsenergie die gelijk is aan het product van zijn halve massa met 't kwadraat van zijn snelheid. Ook een electron, al is zijn kern ledig, heeft energie tengevolge van zijn snelheid. Immers tot het bewegend electron behoort een magnetisch veld. Dat hieraan een zekere hoeveelheid arbeidsvermogen beantwoordt is duidelijk, want door het verdwijnen van een magnetisch veld kunnen bijv. magneetstaven in beweging worden gebracht. De totale magnetische veldenergie van een electron kan men berekenen; zij blijkt, evenals de energie van een kanonskogel, evenredig te zijn aan het kwadraat van de snelheid. Vat men haar op als bewegingsenergie, dan speelt bij het electron de evenredigheidsfactor dezelfde rol, als de halve massa in het geval van den kanonskogel. Het dubbele van den evenredigheidsfactor noemt men daarom: de electromagnetische massa van het electron. Proeven van Kaufmann maken het waarschijnlijk, dat het electron inderdaad geen andere dan electromagnetische massa bezit, dat zijn kern werkelijk „ledig" is, en de bewegingsenergie dus uitsluitend bestaat in energie van het electromagnetische veld.

Het eigenaardige van het stralingsproces komt nu hierop neer, dat bewegingsenergie van de electronen zich uitbreidt door de ruimte. Dit geschiedt, wanneer de snelheid

Sluiten