Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van het electron toeneemt of afneemt. Men kan zich den gang van zaken aldus voorstellen.

Bij een gegeven snelheid s behoort een volkomen bepaald veld van electrische en magnetische krachten. Bij een andere snelheid s' behoort een gewijzigd veld; wij kunnen dat opvatten als de som van het eerste veld en een daarbij gevoegd correctieveld. Gaat nu de snelheid 6' over in de snelheid s', d. w. z. is er een versnelling, dan moet langzamerhand dat correctieveld in het leven geroepen worden. Deze verandering gebeurt niet door de geheele ruimte gelijktijdig; zij begint natuurlijk nabij het electron en plant zich naar alle kanten voort met de snelheid van het licht. Gedurende het tijdperk waarin de naaste omgeving van het electron nog niet in den evenwichtstoestand gekomen is die correspondeert met de nieuwe snelheid s', is de krachtverdeeling in het veld van zoodanigen aard, dat het electron zelf een tegenstand ondervindt, afhankelijk van de verandering zijner versnelling, en tengevolge waarvan zijn bewegingsenergie vermindert. De verloren energie is het, die zich als een electromagnetische golf door de ruimte uitbreidt.

Elke wijziging in den bewegingstoestand van het electron heeft uitstraling van energie ten gevolge; verandering van richting evenzeer als van snelheid. Trilt een electron om een evenwichtstand of beschrijft het een gesloten baan, dan zendt het een doorloopende reeks van golven uit en verliest voortdurend energie.

Maar evenals de geluidsgolven, uitgaande van een stemvork, een andere stemvork van gelijke toonshoogte in merkbare trilling brengen, zoo kunnen ook electromagnetische golven een tweede electron krachtig doen meetrillen, mits dat een eigen periode bezit, gelijk aan die van de

Sluiten