Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als de aarde en een viermaal kleinere oppervlakte. De acht bollen samen zullen aan de straling een tweemaal zoo groote oppervlakte bieden als de aarde, zoodat de stralingsdruk verdubbeld zal zijn, terwijl de aantrekking onveranderd is gebleven. Verdeelt men eiken bol nogmaals in 8 deelen, dan verdubbelt wederom de stralingsdruk bij gelijk blijvende aantrekking, en dit proces kan men zich zoo ver voortgezet denken, tot dat eindelijk de stralingsdruk en de gravitatie elkander juist in evenwicht houden. De berekening leert, dat daartoe de aarde verdeeld zou moeten worden in stukjes van 1/i micron middellijn. Voor een stof van gelijke dichtheid als water zou de middellijn der bolletjes ongeveer 1,5 micron moeten bedragen, opdat de aantrekking die de zon er op uitoefent juist worde opgeheven door den druk der zonnestraling.

Deeltjes van nog kleinere afmeting worden sterker afgestooten dan aangetrokken en zullen dus, als zij vrij in de hemelruimte voorkomen, zich van de zon verwijderen. Arrhenius ziet hierin de oorzaak van het ontstaan der kometenstaarten. Uit den vorm en het gedrag dezer hemelverschijnselen leidt hij dan af, dat in sommige gevallen de afstooting, door den druk der zonnestraling, de gravitatie wel 40 malen in grootte overtreft. Maar volgens berekeningen van Schwarschild moet er aan de toename der afstooting een grens zijn; voor deeltjes wier middellijn eenige malen kleiner is dan de golflengte van het bestralende licht, is wederom de aantrekking overwegend.

De verhouding in grootte tusschen stralingsdruk en gravitatie hangt natuurlijk ook af van het stralende lichaam. Daarop heeft vooral Poynting de aandacht gevestigd. Hij denkt zich de zon kleiner en kleiner en dalende in temperatuur, om zoo te geraken tot de wisselwerking tusschen

Sluiten