Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DUINWATERLEIDING

van

AMSTERDAM 's-Gravenhage, April 1908.

EENIGE OPMERKINGEN naar aanleiding van liet door den heer 1'eiinink, Directeur der Gemeentewaterleidingen van Amsterdam uitgebracht verslag over mijn advies van Juni 1907 in zake eene verbeterde inrichting van de prise d'eauder Ainsterdamsche Duinwaterleiding in de Zandvoortsclie duinen.

Het doel van deze opmerkingen is geenszins met den lieer Pexxink, die wij bier kortheidshalve en voor variatie ook zullen aanduiden met de letters D. A. W. (Directeur Amsterdamsche Waterleiding) in discussie te treden omtrent het meest rationeelo stelsel van exploitatie van duinen ten behoeve van eene stedelijke watervoorziening. Hij heeft namelijk dienaangaande hoogst eigenaardige inzichten, hetgeen o. m. daaruit blijkt, dat hij, toen volgens zijn eigen verklaring Amsterdam met watergebrek werd bedreigd, niet eens heeft getracht van de beschikbare prise d'cau zooveel mogelijk partij te trekken, en in de plaats daarvan voorstellen aanhangig maakte om met een uitgaaf van millioenen rivierwater aan ie voeren ter bevloeiing der duinen, zoodat eene instemming met mijn voorstel, 0111 op hoogst eenvoudige en weinig kostbare wijze aan Amsterdam de beschikking te verzekeren van eene ruime hoeveelheid zuiver duinwater, gelijk zou staan met de erkenning van begane dwalingen, wat zonder eene groote mate van zelfverloochening niet denkbaar is.

Evenmin ben ik voornemens om den door hem ingeslagen weg te volgen, om door persoonlijke hatelijkheden aan to vullen, wat bij in argumentatie op deugdelijke gronden te kort schiet, te meer daar in het betoog des heeren Pkxxixk meestal niet eens wordt betracht de betamelijkheid van vorm en goeden toon, die bij discussiën tussehen beschaafde en welopgevoede lieden nimmer mogen ontbreken.

Do bedoeling van deze opmerkingen is alleen om de aandacht te vestigen op verschillende bijzonderheden en onjuistheden, welke ik in mijn bovenvermeld advies op licht te raden gronden meende buiten bespreking te kunnen laten, doch die thans, na bet door den beer Pexxixk uitgebrachte rapport, voor eene juiste beoordeoling van de onderhavige aangelegenheid groot gewicht hebben verkregen.

De oorzaak van de in Amsterdam gerezen eindelooze moeielijkheden ten opzichte van de stedelijke watervoorziening is — zooals reeds in mijn advies vermeld — voornamelijk te zoeken in de halsstarrigheid, waarmede de Directie der vroegere Duinwatermaatschappij is blijven vasthouden aan de eeus aangenomen stelling, dat het water uit vrees

Aan

de Commissie van bijstand in liet beheer der Gemeentewaterleidingen van Amsterdam.

Sluiten