Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vernomen, dat //de hoofdstrang der draineeringen van de 's-Gravenhaagsclie watervang geheel of gedeeltelijk verstopt is", hetgeen, indien hier van iets meer dan een misverstand sprake kon zijn, zeer zeker als eene verregaande verkrachting van de waarheid zou zijn te beschouwen.

In verband gebracht niet de bovenstaande uiteenzetting van bijzonderheden der exploitatie, wijst deze mededeeling echter op eene in het oog loopende onuoozelheid, die geen tegenspraak waard is.

Bovendien zal een ieder, die niet ziende-blind is, moeten begrijpen, dat zoodra een draineerbuis verstopt is, hot bovenliggend terrein, dat op de meeste plaatsen lager ligt dan de natuurlijke waterspiegel in het duin, moet onderloopen, terwgl thans nergens in het duin hiervan iets te bespeuren is.

Zulke beweringen bobben dus slot noch zin, terwijl de tweede even fraaie, in de toekomst in uitzicht gestelde mogelijkheid sedert tal van jaren steeds wordt herhaald en veel overeenkomst heeft met do van ouds bekende beweringen van de lieden, die bij den aanvang van de stoombootof spoorwegdiensten plechtige beloften aflegden om nooit op dergelijke hoogst gevaarlijke toestellen een voet te zetten en steeds maar bleven volhouden: wacht, wacht maar, dan zult ge wat beleven.

Even bekend is het ook, dat aan zulke dwaze opvattingen eenigejaren lang eenige aandacht wordt geschonken, totdat zij ten slotte alleen met een medelijdend schouderophalen worden beantwoord.

Wat betreft de door don heer PliN'MNK gegeven voorstelling van de omstandigheden, die mij aanleiding gaven in 181)0 uit de Commissie van Onderzoek in zake de Duinwaterleiding van Amsterdam te treden, diene de volgende mededeelingen, die gemakkelijk te veriiieeren zijn in het Amsterdamsohe Gemeente-archief, en waaruit blijkt:

1°. dat deze voorstelling — ik vraag verschooning voor het onparlementaire woord, dat hier echter niet kan achterwege blijven — van het begin tot het eind onwaar i»,

2\ de geheele uitvoering van den hierbedoelden aanleg van eone draineerleiding in de Zandvoortsche duinen geschied is zonder mijne medewerking en volgens eene werkwijze, geheel afwijkend van de mijne, o". dat ik in het voorjaar van hot jaar 1890 aan Hoeren Burgemeester en Wethouders van Amsterdam heb medegedeeld, dat ik mij niet verder kon bemoeien met eene uitvoering, die ik ten zeerste afkeurde, terwijl ik mij verder bereid verklaarde de uitvoering op mij te nemen onder voorwaarde:

dat ik geheel vrij moest zijn in de uitvoering, en dat mijne voorschriften tot in do kleinste bijzonderheden stipt zouden worden opgevolgd, in welk geval ik het volkomen welslagen durfde te verzekeren.

Wanneer dus de aanleg, waarvan hier sprake is, mislukte, is dit alleen aan de hoogst onoordeelkundige uitvoering te wijten, hetgeen ten zeerste is te bejammeren, omdat daardoor aan de goede zaak een schade werd berokkend, die ontzettend is te noemen en in cijfers omgezet op millioenen zou moeten geraamd worden.

Sluiten