Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Alvorens ten slotte het zoutgehalte te bespreken, dat bij drinkwater niet mag worden overschreden, moet ik in herinnering brengen, dat het zeewater een gemiddeld keukenzoutgehalte heeft van 2.5 a 3.1 pCt., terwijl onder brak water wordt verstaan, half zout, half zoet, stel 1.25 pCt. of 12.5 gram per L.

Brak water van 0.7 pCt. zoutgehalte of 7 gram per L. is, hoewel zeer weinig brak, natuurlijk ondrinkbaar, doch hieruit volgt niet, dat, zooals de heer Pennink zegt, water met één gr. zout per Liter brak water is.

In de visschersdorpen langs onze westkust wordt somtijds water van 1200 m.gr. keukenzout per Liter gedronken, zonder dat daarvan nadeelige gevolgen worden ondervonden.

Natuurlijk is water van een zoo hoog gehalte als 1200 m.gr. keukenzout per Liter niet aan te bevelen en daarom stelde ik in mijn advies 500 m. gr. chloor, overeenkomende met 824 m. gr. keukenzout per Liter als maximum, dat ik evenwel evenmin zou aanbevelen, doch dat in geval van nood zou kunnen gedronken worden.

De heer Pennink, die ook dit water als brak water bestempelt, doet daardoor het aantal merkwaardigheden, waarvan het in zijn rapport wemelt, met één vermeerderen, terwijl het hem blijkbaar onbekend is, dat in het water uit de Leeuwarder Waterleiding volgens de concessie 400 m.gr. chloor (= 659 m.gr. keukenzout) per Liter mag toegelaten worden, en deze hoeveelheid somtijds wordt overschreden, zonder dat de inwoners daarvan noemenswaard nadeelige gevolgen ondervinden.

In elk geval hebben zulke hooge cijfers van het chloorgehalte voor de onderhavige Duinwaterleidingen alleen eene theoretische waarde, omdat zij in de werkelijkheid bij geen der beide hierbedoelde exploitaties zullen voorkomen; dienaangaande blijft voor twijfel geen plaats over.

In het gedeelte van de 's-Gravenhaagsche Watervang, waar de meergenoemde afpomping beneden 2 M. A. P. bijna 12 jaren lang onophoudelijk werd volgehouden, is het chloorgehalte op een afstand van de strandpalen van slechts 590 M. en op eene diepte van ruim 70 M. -j- A. P. thans 79 a 81 m.gr. per L., terwijl in de Zandvoortsche duinen, loodrecht onder het Westerkanaal, dat nog wel eenige honderden Meters meer landwaarts is gelegen, het chloorgehalte op 74 M. diepte 4- A. P., volgens de opgaaf van den heer Pennink in het Koninklijk Instituut van Ingenieurs, het cijfer bereikt van 100 m.gr. per L.

Men ziet dus, dat de jarenlange voortdurende afpomping van de Haagsche Watervang tot ver beneden A. P. op eene diepte van c. a. 70 M. A. P. niet meer invloed op het zoutgehalte heeft gehad, dan zulks het geval is geweest in de Amsterdamsche prise d'eau. waar de waterstand altijd boven A. P. is gebleven.

Na deze opmerkingen wenscli ik mij van verdere beschouwingen te onthouden over deze aangelegenheid.

Theodor Stang,

Directeur der 's-Grarenhaagschc Duinwaterleiding.

u:j , j

Sluiten