Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En bij gelijkstelling van subsiedie zullen er noch een groot aantal verrijzen. Vooral onder de kerkelijken (uitgezonderd bij de katolieken, waar ieder lid gedwongen wordt) heerst een verdeeldheid, die niet te overzien is.

Kennende de tegenwoordige toestand en haar ontstaan kunnen we nu veilig overgaan tot bespreking der kwestie zelve.

* *

*

De eerste vraag, die zich bij mij opgedrongen heeft, en welks antwoord mijn sociaal-demokraties onderwijzersgemoed in opstand bracht, was die: Eist ons principe dat we zijn voor de vrije school en 't antwoord daarop gegeven door de redaksie van ons Dagblad in haar nummer van 12 Februarie 1901. In N°. 4 van de vorige jaargang zette Tak helder uiteen, dat op de onwezenlike grond van een onderstelde tusschenvorm der toekomst geen redeneringen zijn op te bouwen en dat dus een diskusie op die grond niet mogelik was. De eisen voor de soc. dem. staat, die de Redaksie zich gelijk denkt aan die welke wij aan de tegenwoordige stellen, zouden toch niet dezelfde kunnen zijn. Doch laat ik daarover verder zwijgen, in bovengenoemd artiekel is dit reeds voldoende betoogd. Men vergete niet, dat wij over een, twee, drie jaar voor de vraag kunnen gesteld worden.

Toch is 't noodzakelik noch enkele dingen te zeggen naar aanleiding van de bewering, dat de sociaal-democraat een principieel voorstander moet zijn van de vrije school. Was dit 't geval, dan zou de veronderstelling niet te gewaagd zijn, dat de Duitse partij, onze oudere broeder, ten opzichte van dit punt reeds stelling had genomen. En ze heeft dat ook gedaan.

Het Erfurter Program verlangt in punt 6:

,,De godsdienst worde privaatzaak. Geen staatsgelden worden meer besteed voor kerkelike en godsdienstige doeleinden".

en in punt 7:

„De wereldlike school. Verplicht bezoek der openbare volksscholen."

Moeten we daaruit afleiden, dat onze oudere broeder niet principieel is geweest. Horen we, wat Liebkneclit namens de gehele kommissie van voorbereiding ten opzichte dezer punten zeide:

,,De beide volgende alinea's hebben ons bij de formulering de grootste moeilikheden bereid. Men heeft ons daardoor de taak willen verlichten, door voor te stellen, de oude demokratiese eisen uit 't Eisenacher program op te nemen: „Scheiding van school en kerk en van kerk en staat (waarvan wij alleen 't laatste in ons program hebben).

Ja, dat was in zijn tijd heel mooi, maar 't zegt bij lange niet, wat wij wilden zeggen. Met gene formulering wordt de Kerk erkend, als

Sluiten