Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Men heeft geen personeel van deskundigen en geen geld beschikbaar gehad, om een wetenschappelijk toezicht bij het afgraven der Terpen te houden. Bovendien, men heeft aan de vele vragen niet gedacht, die men zich thans moet stellen. Het is met de Terpen gegaan als met alle vroegere opgravingen, zooals te Pompeji en elders. Men heeft alleen verzameld de oudheden, vooral die kunstwaarde bezaten. Eerst in den laatsten tijd der vorige eeuw heeft men begrepen, dat de opgraving zoo moest geschieden, dat de bouwwijze der woningen, het bestaan van verdiepingen (étages), het voorkomen van vroegere woningen waarop latere zijn gebouwd, de diepte der lagen waarin de oudheden gevonden worden enz. aan het licht kwamen. Het is daarom dat de duizenden voorwerpen, in de Friesche en Groningsche Musea bewaard, nog zoo weinig licht over den bouw en de geschiedenis der Terpen kunnen verschaffen, zelfs als de naam van de Terp, waaruit het afkomstig is, bekend is; ja zelfs als de diepte, waarop het gevonden is, wordt aangegeven. Een profiel van de geheele Terp is thans volstrekt noodig met zooveel mogelijk bijzonderheden omtrent de lagen en de plaatsen, waar de oudheden en overblijfselen gevonden zijn.

Een onderzoek van eene Terp tijdens de afgraving heeft nog steeds ontbroken, hoevele ook in den laatsten tijd afgegraven zijn. Eindelijk, na het jaar 1900, is dit geschied door Mr. P. C J. A. Boeles *) Conservator van het Friesch Museum te Leeuwarden, en door de Heeren J. Oost Elema, burgemeester van Middelstum en zijn zoon J. Elema,Rijks landbouwleeraar in Drenthe 2).

De Heer Boeles heeft dat onderzoek gedaan tijdens de afgraving van de groote Terp te Hoogebeintum (ten noorden van LeeuwardenX Hij heeft de Terp in dien tijd herhaaldelijk bezocht, en gedurende 6 maanden heeft de Heer J. van der Werf, polytechnisch student te Delft, op ver-

1) De Friesche Terpen. Leeuwarden, Meyer en Schaafsma. 1906.

2) Beschrijving der Wierde van Toornwerd: Bijdragen tot dekennis van de Prov. Groningen. Deel II. Stuk 3, 189—236. Groningen, J. B. Wolters. 1907.

Sluiten