Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der (om de Terp) is opgeslibt. Hoe het zij, het door de Heeren Elema waargenomene schijnt mij toe, niet tegen te spreken, dat de Terp op zijne volle grootte op een kwelder, dus op onbedijkt land is aangelegd, als eene meer of minder blijvende woonplaats, een eilandje op het kweldergebied, dat tegen den dagelijkschen vloed beschutte. Dus werkelijk eene Terra-Mare. Het koolzure kalk-gehalte van de aarde onder de Terp is hoog, hetgeen (merken de Heeren Elema op) bewijst, dat de Terp op maagdelijke zeeklei is opgeworpen Zulks bevestigt mijne meening, dat de grondslag is geweest kweldergrond, dus nog onveranderde zeeklei Deze is buiten de Terp, na de bedijking en na langdurige bebouwing in het bovenste gedeelte overgegaan in roodoorn en knik, en heeft hare koolzure kalk geheel verloren ').

De diepte van den grondslag van de Terp te Hoogebeintum is nog niet opgegeven. Hoeveel ligt zij onder het maaiveld ?

2. De phasen in de geschiedenis der Terpen.

Uit geschiedkundige overlevering, uit de vroegere waarnemingen van Westerhoff, Stratingh, en uit de tegenwoordige van de Heeren Elema en Boeles kunnen wij afleiden, dat wij verschillende phasen in de wording en de bewoning der Terpen moeten onderscheiden. In de eerste phase waren de Terpen nog niet hoog, en vol mest, stroo en afval. In de tweede heeft eene ophooging van de Terp door het aanbrengen van klei plaats gehad. Daarin is veel minder mest Sommige Terpen vertoonen waarschijnlijk alleen de 2<^ phase.

1) In de roodoorn van Meethuizen, bij Winschoten, Noordbroeksterhamrik, Uskwerd, Kantens, Nieuweklooster heb ik vroeger bepaald slechts 0.2 % kalk.

Roodoorn van Korengast, 't Waar (hier was een weinig gips in den bodem) 0.4 % kalk.

In de knik van Uskwerd, Kantens, Nieuweklooster, Tuikwerd (bij Appingedam) 0.15—0 25% kalk.

Sluiten