Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dus mest in de eerste 2—3 M. In de Oost. Terp van Leens werd op 5—5'/2 M. beneden de kruin, dus 2—11/2 M boven den grondslag eene dikke laag mest met stroo en riet gevonden

In het algemeen vermeldt Stratingh, dat de lagen mest en stroo, boomtakken, klei, te zamen eene dikte hebben van 2,5 — 3 M ; zij komen in de onderste laag voor Het stroo werd te Uskwerd en Warffum in geheele bossen gevonden.

Dat de lagen met organische overblijfselen doortrokken zwarte aarde en de lagen mest en stroo zich onder in de Terp van Toornwerd bevinden, in den eersten en ten deele in den tweeden Meter boven den in het profiel (Plaat II) aangenomen grondslag van blauwachtige klei, blijkt uit dit profiel duidelijk. Die lagen zwarte aarde, mest, klei, wisselen met elkander af. Op de beteekenis daarvan kom ik beneden terug.

Van de Terp te Hoogebeintum wordt alleen vermeld, dat onderin dezelve zwart gekleurde lagen werden waargenomen in Perceel V der opgraving. Zij bestonden uit klei, stroo, beenderen. De diepte der lagen beneden de kruin en boven den grondslag zijn niet opgegeven. Op die plaats was de Terp 6 M. hoog. De lagen liepen van beneden af naar boven.

Beenderen van dieren en menschen.

In de Uskwerder Terp werden in de meeste lagen enkele beenderen of beenstukken gevonden, doch het meest op de diepte van 3'/2—4 M. ; in de Terp te Leens (West) op eene diepte van 5—ö'/gM.; inde Oostelijke Terp bij Leens geene.

Dat de beenderen en schedels van runderen, schapen en

een stormvloed werden overvallen en op de hoogten (edita) zicli hebben gered en daar overnacht. Descriptio secunduin antiquos agri Batavi ac Frisii etc. 1697—1701.

Dat de Terpen te Leens daarvoor gediend hebben is natuurlijk geheel onzeker, maar met Stratingh mag men bet mogelijk achten, dat het leger op zulke groote terpen, die bunders oppervlakte bezaten, zich kon redden. De Gaasten lagen te ver af, om die bij een opkomenden stormvloed te kunnen bereiken.

Sluiten