Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

inhoud. De Staat, de almachtige, de socialistische Staat heeft alles tot zich getrokken, in zich opgenomen.

Staat en maatschappij mogen niet vereenzelvigd worden. In die gelijkstelling steekt eene der gevaarlijkste dwalingen van onzen tijd. Zij is ten slotte de dood voor alle vrijheid. Zal niet alle vrijheid te loor gaan, dan dient scherp het onderscheid tusschen Staat en maatschappij in het oog te worden gehouden; dan moet met nadruk hieraan worden vastgehouden, dat het staatsverband beperkt is; dat dit verband er een is naast andere in de maatschappij; dat de maatschappij, d.i. ten slotte al het menschelijk leven, niet in den Staat besloten is als de vrucht in de schil; dat er heel wat maatschappelijk leven is hetwelk valt buiten den Staaf dat niet de maatschappij zit in den Staat, maar veeleer de Staat is in de maatschappij. Gelijk Ahrens schreef, die toch onder vrijzinnigen veel gezag heeft, dat men niet moet spreken van de vrije Kerk in den vrijen Staat, wijl Kerk en Staat gecoordonneerd zijn in de algemeene maatschappelijke ordening '). Zooals Paul Lerov-Beaulieu opmerkt, dat zich in de maatschappij bevinden de Staat, het individu en tal van kringen, van groepeeringen *). In gelijken trant Fabreguettes die. bestrijdende de gedachte, door Schaeffle in zijn Ban und Leben des socialen Kórpers ontwikkeld, dat de Staat voor de maatschappij dezelfde beteekenis heeft als voor den mensch zijn denkvermogen, zich aldus uitspreekt: De maatschappij en de Staat zijn verschillende dingen. Waarna hij er op wijst, dat in de maatschappij niet enkel de Staat en het individu bestaan, maar ook tal van groepen, waaronder in de eerste plaats het gezin 3).

>) Cours de droit naturel, 8ste dr. (1892), dl. II, bl. 72/73.

) T. a. p., 3de dr., bl. 28 en volgg..

') Société. État. Patrie (1898), dl. II, bl. 80.

Sluiten