Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En hetzelfde, ja, nog iets meer: f 243.72, kan op denzelfden leeftijd krijgen wie van zijn 19de tot en met zijn 30ste jaar f 20, s jaars of 40 cent per week stort.

Dan is het toch ook hinderlijke oppervlakkigheid, wanneer bij deze dingen alleen gerekend wordt met wat de man kan doen. De vrouw kan immers in de jaren, gedurende welke zij ongehuwd is, eveneens voor den ouden dag zorgen. Zij kan toch ook in den regel van het 18e tot en met het 26ste jaar wel f 10 's jaars storten, waardoor zij op 65-jarigen ouderdom zich eene jaarlijksche uitkeering van f 102.17 waarborgt. Ja, dat de dienstboden over het algemeen veel meer kunnen storten, weet ieder. Zoo kan een echtpaar, als beiden 65 jaar geworden zijn, zonder moeite, alleen door eigen, niet zware inspanning eene wekelijksche uitkeering hebben van f 6.

Zoo is de toestand. Deze dingen moeten, als het waarlijk om het belang der werklieden gaat, dezen worden gezegd. Maar men doet het niet. Men verzwijgt ze. Waarom dan toch? Zoo het niet is uit verkeerde, uit politieke beweegredenen.

Ware, nadat de motie-hkldt in 1895 in de Tweede Kamer in behandeling is geweest, met kracht den arbeiders op het hart gedrukt dien weg te volgen. — hoeveel verder waren wij reeds thans! En nu wil ik niet den voorstanders van itaatsverzorging, met of zonder bijdrage van de z.g. belangïebbenden, „boetegeld" laten betalen voor plichtverzuim, — naar ik acht het toch onloochenbaar, dat zij groote schade tan onze werklieden berokkend hebben; in meer dan één 'pzicht: stoffelijk en geestelijk.

Gelijk wel opmerkenswaard is de verklaring, in 1907 door Ienry W. Wolkf gedaan, waarlijk in dezen geen tegentander, die nochtans in 1905 erkend had, dat de vrijwillige

Sluiten