Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voorts is een der eerste dingen, die thans in het belang der werklieden geschieden moeten, dat zoo stellig mogelijk alle uitzicht op verzekeringsdwang met staatstoelagen of staatspensionneering zonder bijdragen van patroons en werklieden, kortom alle uitzicht op staats verzorging, hetzij tegen eenige betaling, hetzij gratis, wordt afgesneden; dat het oog der werklieden wordt afgewend van den Staat, om van dezen te wachten directe verbetering van hunnen stoffelijken toestand.

Naar het woord, door Goen van Prinsterer, 8 Februari 1856 gesproken in de Tweede Kamer onzer Staten Generaal: „geen democratischer voorstel, in goeden zin, dan waarbij men, al is het door vrijmoedige openbaring van harde waarheid, toch wezenlijk heil der volksklasse beoogt; geen meer aristocratische taktiek, in slechten zin, dan waarbij men, door vrees voor haar ongunst, tot het ontveinzen van nuttige waarheid geleio wordt." x)

Dan is een groot belang voor den werkman, dat de Staat niet meer, onder invloed van socialistische voorstellingen aangaande het bij uitstek winstgevende van schier alle ondernemingen, deze voortdurend met nieuwe lasten bezware. Inderdaao is bij velen de waan, dat men zonder ernstig bezwaar de bedrijven aan telkens nieuwe eischen onderwerpen kan. Reeds stelt het moeten letten op een overgroot aantal wettelijke bepalingen eene belemmering aan de ontwikkeling in den weg. Maar niet minder heeft men voorzichtig te zijn met wat onmiddellijk geldelijke offers eischt. Men zie toe, schrijft

zeggen, dat, als de wetenschap er niet toe kwam het maatschappelijk vraagstuk op te lossen, dit door geweld geschieden zoude; welke woorden volgens het officieele verslag door de liberalen werden toegejuicht.

Hoe herinneren deze woorden van den Italiaanschen afgevaardigde aan die van den Franschen Minister Viviani in 1906 over het uitdooven van de lichten des hemels.

l) Adv. in de Tweede Kamer S. G., dl. II, bl. 630.

Sluiten